Paragrafen

Financiering

Tabel 4.1: Middelen, opbrengst en rendement

Rekening 2024

Begroting 2025
ontwerp

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Middelen op 31 december (x € 1 mln.)

168

71

71

214

Middelen gemiddeld (x € 1 mln.)

112

79

74

191

Opbrengst (x € 1.000)

4.006

2.800

3.743

3.979

Rendement (%)

3,58%

3,5%

2,5%

2,08%

Onder het begrip 'Middelen' wordt verstaan de gelden die in rekening courant worden aangehouden bij de Schatkist (het schatkistbankieren) en de leningen die zijn verstrekt aan gemeenten (het onderling lenen aan openbare lichamen).

Omvang middelen 2025 (per jaareinde en gemiddeld)
In 2025 zagen we een toename van de middelen van € 164 mln. eind 2024 naar € 214 mln. eind 2025. Een belangrijke reden hiervoor is de forse toename van ontvangen gelden uit zo genaamde SPUK-regelingen richting jaareinde (dus wel ontvangen voorschotten van verschillende ministeries maar die hebben dit jaar niet direct geleid tot het doen van uitgaven). Het gemiddelde steeg van € 112 mln. in 2024 naar € 191 mln. in 2025.

Omvang opbrengst 2025
Er is in de Programmabegroting 2025 uitgegaan van de opbrengst over de op dat moment reeds verstrekte leningen aan gemeenten en renteopbrengst rekening courant bij de schatkist.
Het grootste deel van de renteopbrengst komt weg bij de schatkist. De schatkist heeft ons een creditrente vergoed van circa 2,9% (begin 2025) welke gaandeweg het jaar is gedaald tot een percentage van 2,1 % aan het einde van het jaar.

Rendement 2025
Het rendement (2,1%) is lager dan het geraamde percentage in de Programmabegroting 2025 maar iets hoger dan de geraamde opbrengst Begroting 2025 na wijziging vanwege een toename van de omvang van de middelen in de 2e helft van het jaar.

Trend 2021-2025
Er is in dit tijdvak sprake van een forse toename van de omvang van de middelen, met name in de laatste jaren als gevolg van toenamen van ontvangen gelden uit de SPUK-regeling.

Grafiek 4.1: Gemiddelde omvang middelen met trendlijn

De grafiek laat vanaf 2023 een toename zien van de gemiddelde omvang van de middelen. Deze ontwikkeling betekent geen structurele groei van vrij besteedbare middelen. De stijging wordt grotendeels verklaard door de ontvangst van specifieke uitkeringen (verantwoording via de SiSa-bijlage), die geoormerkt zijn en in de komende jaren nog worden besteed of (deels) terugbetaald. De weergegeven ontwikkeling betreft daarmee vooral tijdelijke middelen met een vastgestelde bestemming en geen verruiming van de financiële beleidsruimte.

Grafiek 4.2: Behaald rendement

Het gemiddelde rendement blijft in de periode 2020–2022 beperkt en neemt vanaf 2023 duidelijk toe, in lijn met het veranderde rente- en marktomstandigheden. In 2025 is sprake van een daling ten opzichte van 2024, maar het rendement ligt nog steeds substantieel hoger dan in de eerste jaren van de periode.

Activiteiten vermogensbeheerder
Het afgelopen jaar waren er weinig contactmomenten met de vermogensbeheerder en zijn er geen nieuwe uitzettingen geweest. Begin 2026 vindt de laatste aflossing op de onderhandse leningen in publieke sector plaats. In 2026 vinden geen nieuwe uitzettingen plaats.

In 2025 zette zich in de eurozone een verdere stabilisatie van de inflatie voort. De inflatiedoelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) van 2%, die in 2024 al werd bereikt, bleef ook in 2025 grotendeels binnen bereik. De gemiddelde inflatie bleef gedurende het jaar relatief stabiel en kwam in november 2025 uit op 2,1%, waarmee de prijsontwikkeling dicht bij de ECB-doelstelling bleef. Dit duidt op een afgenomen inflatiedruk ten opzichte van de voorafgaande jaren.
De ontwikkeling van de rente sloot aan bij deze inflatieontwikkeling. In de eurozone liepen de rentetarieven in 2025 per saldo op. Dit weerspiegelt een monetair beleid dat gericht bleef op het duurzaam verankeren van de inflatie rond de doelstelling. De hogere rente had gevolgen voor de financiële markten, met name voor vastrentende waarden. Europese staatsobligaties lieten over het jaar een beperkt rendement van 0,6% zien, wat samenhing met de rentestijging.
Samenvattend werd 2025 in de eurozone gekenmerkt door een stabiele inflatie rond de ECB-doelstelling en oplopende rentes, met zichtbare effecten op de rendementen binnen het vastrentende segment (bron: ASR blik op 2026).

Hieronder is een overzicht opgenomen van de per balansdatum (31 december 2025) verstrekte leningen in het kader van het onderling lenen.

Tabel 4.2: Onderling verstrekte leningen aan gemeenten

Gemeente

Oorspronkelijke hoofdsom
(x € 1 mln.)

Oorspronkelijke looptijd (maanden)

Rentepercentage
(%)

Restant lening per 31-12-2025
(x € 1 mln.)

Einddatum

Meierijstad

5,0

120

0,695

0,5

05-01-2026

Totaal

0,5

Deze pagina is gebouwd op 05/12/2026 16:08:10 met de export van 05/12/2026 16:03:33