Middelen
9.1 Reserves | Rekening 2024 | Begroting 2025 ontwerp | Begroting 2025 na wijziging | Rekening 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 78.637 | 32.844 | 70.593 | 77.236 | -6.643 |
Baten | -44.261 | -41.543 | -60.425 | -57.764 | -2.661 |
Saldo | 34.376 | -8.698 | 10.168 | 19.472 | -9.303 |
x € 1.000 | |||||
Stortingen in reserves | Begroting | Rekening | Verschil | Waarvan |
|---|---|---|---|---|
1. Personeel | 921 | 1.469 | -548 | 0 |
2. Brede Bestemmingsreserve | 33.933 | 36.301 | -2.369 | -114 |
3. Activering vervangingsinvesteringen | 3.243 | 2.000 | 1.243 | 0 |
4. Mobiliteit | 6.072 | 7.553 | -1.481 | 0 |
5. Beheer en ontwikkeling natuur | 850 | 2.071 | -1.221 | 0 |
6. Economisch Programma | 5.361 | 5.859 | -498 | 0 |
7. Duurzame energie | -140 | 0 | -140 | 0 |
8. Informatiestrategie | 0 | 886 | -886 | 0 |
9. GLB | 3.546 | 3.653 | -107 | 0 |
10. Wet open overheid | 0 | 360 | -360 | 0 |
11. Frictiekosten Batavialand | 470 | 700 | -230 | 0 |
Overige kleine verschillen | 16.337 | 16.384 | -46 | 0 |
Totaal stortingen | 70.593 | 77.236 | -6.643 | -114 |
x € 1.000, - = nadeel | ||||
Toelichting stortingen
1. Personeel
De restanten van de reguliere opleidingsbudgetten zijn niet volledig benut. Via de 'Nota Beter ramen' is met PS afgesproken dat deze middelen (€ 0,26 mln.) gestort mogen worden in de egalisatiereserve 'Personeel' (zie programmaonderdeel 8.2).
2. Brede Bestemmingsreserve
Het verschil ten opzichte van het kader voor 2025 wordt met name veroorzaakt door enkele (incidentele) hogere stortingen dan begroot (na wijziging). Voor een gedetailleerd overzicht van de gerealiseerde stortingen in de ‘Brede Bestemmingsreserve’ wordt verwezen naar bijlage 1 van deze jaarstukken.
3. Activering vervangingsinvesteringen
De kapitaallasten zijn aangepast op basis van de geactualiseerde investeringsplannen en het 'Meerjarenprogramma Beheer en Vervanging Infrastructuur' (MBVI). Door wijzigingen in de fasering van projecten ontstaan er verschuivingen tussen de jaren. Deze worden (deels) verrekend met deze reserve (zie programmaonderdeel 6.3).
4. Mobiliteit
De hogere storting van € 1,5 mln. wordt hoofdzakelijk als volgt veroorzaakt:
- Post ‘Beheer OV’ (€ 0,2 mln. voordeliger) : De livegang van het platform RRReis is vertraagd, waardoor een deel van de projectkosten naar 2026 verschuift. Provincie Gelderland rondt de techniek en tests in de eerste helft van 2026 af. Het voordeel is aan deze reserve toegevoegd voor inzet in 2026 (zie programmaonderdeel 6.1);
- Post 'Openbaar streekvervoer' (€ 0,15 mln. voordeliger) : Dit komt door een aangepaste subsidieverlening aan EBS in januari 2026 voor de concessie IJssel-Vecht, waarbij een ander cumulatief indexcijfer is gebruikt. Het voordeel is toegevoegd aan deze reserve (zie programmaonderdeel 6.1);
- Overige kleine verschillen op programmaonderdeel 6.2 (voordeel van € 0,25 mln.) : Dit komt door diverse kleine afwijkingen in lasten en baten. Ook dit voordeel is toegevoegd aan deze bestemmingsreserve;
- Begrotingspost 'Bijdragen aan gemeenten' (€ 0,54 mln. voordeliger) : Subsidies op basis van de 'Nadere regels Verkeer en Vervoer' worden projectmatig verstrekt. Onderschrijding van het budget ontstaat doordat gemeenten (nog) niet volledig gebruikmaken van het subsidieplafond of doordat projecten vertraging oplopen. Het hierdoor ontstane budgettaire voordeel is toegevoegd aan deze bestemmingsreserve en wordt deels in latere jaren ingezet voor gemeentelijke activiteiten (zie programmaonderdeel 6.3).
5. Beheer en ontwikkeling natuur
De hogere storting van € 1,2 mln. wordt hoofdzakelijk als volgt veroorzaakt:
- Natura 2000 (onderschrijding van € 0,64 mln.) : Door de subsidieverstrekking voor het project ‘Vooroever IJsselmeerdijk‘ eind 2025 zijn de kosten afhankelijk van de realisatie/voortgang van de uitvoering. Niet bestede middelen zijn gestort in deze bestemmingsreserve (zie programmaonderdeel 2.2).
- Beheer natuur (onderschrijding van € 0,26 mln.) : De SNL-subsidies zijn ambtshalve lager vastgesteld doordat op een deel van de terreinen om verschillende redenen de afgelopen jaren geen natuurbeheer kon plaatsvinden. Het gaat onder meer om aan overheden verkochte gronden of gronden in erfpacht aan derden voor recreatieve doeleinden. De vrijgevallen middelen zijn gestort in deze bestemmingsreserve (zie programmaonderdeel 2.2).
- Beheer agrarisch natuurbeheer (onderschrijding van € 0,24 mln.) : Hogere kosten door landelijke herijking van tarieven binnen het agrarisch natuur- en landschapsbeheer zijn door het Rijk gecompenseerd via een decentralisatie-uitkering. Deze middelen zijn toegevoegd aan deze bestemmingsreserve (zie programmaonderdeel 2.2).
6. Economisch programma
De hogere storting wordt voornamelijk als volgt veroorzaakt:
- De programmalijn ‘Verdienvermogen mkb’ heeft een voordeel van € 0,55 mln. Dit komt door lagere lasten (€ 1,09 mln.) en hogere baten (€ 0,54 mln.). Binnen de MIT-regeling is € 1,0 mln. niet benut, omdat subsidie en cofinanciering alleen worden toegerekend als ondernemers daadwerkelijk subsidiabele prestaties realiseren. Het voordeel is toegevoegd aan de bestemmingsreserve voor inzet in volgende jaren (zie programmaonderdeel 3.1).
- De programmalijn ‘Menselijk en sociaal kapitaal’ heeft een voordeel van € 0,78 mln. Dit komt door lagere lasten (€ 0,7 mln.) en hogere baten (€ 0,08 mln.). Binnen het Ontwikkelfonds Flevoland leert is € 0,66 mln. niet benut. Het fonds richtte zich eerst op naamsbekendheid en gebruikte externe middelen voor uitvoering. Het voordeel is toegevoegd aan de bestemmingsreserve voor inzet in volgende jaren (zie programmaonderdeel 3.1).
7. Duurzame energie
De afwijking van € 0,14 mln. wordt veroorzaakt door een begrote (na wijziging) negatieve storting. De realisatie is als onttrekking aan deze reserve verwerkt.
8. Informatiestrategie
De onderbesteding ten opzichte van de begroting komt voornamelijk doordat enkele projecten waarvoor aanvullende middelen zijn gevraagd, nog niet (volledig) zijn gerealiseerd, zoals de sjabloongenerator en de verdere doorontwikkeling van AI - toepassingen. De onderbesteding bedraagt € 0,9 mln. en is gestort in de egalisatiereserve 'Informatievoorziening'. In boekjaar 2025 is tevens € 0,35 mln. onttrokken aan deze reserve. Per saldo resulteert dit in een netto toevoeging aan de reserve voor boekjaar 2025 van € 0,55 mln. (zie programmaonderdeel 8.2).
9. GLB
De afwijking van € 0,1 mln. wordt veroorzaakt door een begrote (na wijziging) negatieve storting. De realisatie is als onttrekking verwerkt (zie ook toelichting bij onttrekkingen aan deze reserve).
10. Wet open overheid
Door de landelijke vertraging schuift ook de uitvoering van de bijbehorende werkzaamheden voor provincie Flevoland door naar een later moment. In 2025 zijn daardoor minder uitgaven gedaan voor techniek, aansluiting op de centrale voorziening en projectcapaciteit. Dit leidt tot een onderbesteding van circa € 0,4 mln., die wordt toegevoegd aan deze egalisatiereserve (zie programmaonderdeel 8.2).
11. Frictiekosten Batavialand
Het verschil wordt veroorzaakt door een begrote negatieve storting van € 0,2 mln. In overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsvoorschriften (BBV) dient deze negatieve storting verwerkt als een onttrekking (zie ook de toelichting bij onttrekking aan deze reserve). Per saldo heeft dit derhalve geen effect.
Onttrekkingen aan reserves | Begroting | Rekening | Verschil | Waarvan |
|---|---|---|---|---|
1. Algemene reserve | -9.822 | -9.501 | -320 | 0 |
2. Personeel | -1.782 | -4.731 | 2.948 | 0 |
3. Monumentenzorg | -684 | -912 | 228 | 0 |
4. Brede Bestemmingsreserve | -19.175 | -15.984 | -3.191 | 0 |
5. Zuiderzeelijngelden | -2.023 | -2.313 | 290 | 0 |
6. Procesgelden gebiedsontwikkeling | -1.275 | -683 | -592 | 0 |
7. POP | -2.969 | -1.989 | -980 | 0 |
8. Bodem | -400 | -295 | -105 | 0 |
9. Cofinanciering EU-projecten 14-20 | -900 | -345 | -555 | 0 |
10. Activering vervangingsinvesteringen | -1.653 | -66 | -1.587 | 0 |
11. Mobiliteit | 368 | 0 | 368 | 0 |
12. Beheer en ontwikkeling natuur | -330 | -197 | -134 | 0 |
13. Doorgeschoven activiteiten | -100 | -305 | 205 | 0 |
14. Economisch Programma | -1.981 | -1.263 | -718 | 0 |
15. Duurzame energie | -1.500 | -1.248 | -252 | 0 |
16. Regiodeal Noordelijk Flevoland | -1.191 | -961 | -231 | 0 |
17. Fonds Culturele ontwikkeling | -820 | -607 | -213 | 0 |
18. Krachtige samenleving | -250 | -515 | 265 | 0 |
19. GLB | -2.363 | -4.435 | 2.072 | 0 |
20. Uitvoering coalitieakkoord | -725 | -404 | -321 | 0 |
21. Frictiekosten Batavialand | 0 | -230 | 230 | 0 |
Overige kleine verschillen | -10.849 | -10.780 | -68 | 0 |
Totaal onttrekkingen | -60.425 | -57.764 | -2.661 | 0 |
x € 1.000, - = nadeel | ||||
Toelichting onttrekkingen
De aanwending van bestemmingsreserves is veelal afhankelijk van projectvoortgang en de daarmee gemoeide uitgaven. Hierdoor ontstaan verschillen in de onttrekkingen aan de reserves (indien minder is uitgegeven hoeft minder onttrokken te worden aan de reserves). De verklaringen zijn opgenomen bij de desbetreffende programmaonderdelen in deze jaarstukken. Een aantal reserves kent een overschrijding ten opzichte van de begroting na wijziging (meer onttrokken dan begroot). Deze hogere onttrekkingen passen binnen het door PS vastgestelde beleid ten aanzien van de desbetreffende reserves, zoals is vastgelegd in de 'Nota Reserves & Voorzieningen 2020-2023' of nadien genomen (instelling-)besluiten. Hieronder is een toelichting opgenomen op alle reserves met een verschil > € 0,1 mln.
1. Algemene reserve
De lagere onttrekking wordt veroorzaakt door niet (volledig) ingezette middelen vanuit de resultaatbestemming 2024. De niet bestede middelen blijven in deze reserve.
2. Personeel
Op basis van het Jaarprogramma is bepaald hoeveel personeel en inhuur nodig zijn. Voor de continuïteit van een goede bedrijfsvoering is tijdelijk ingehuurd. De kosten zijn deels gedekt uit ziekte- en zwangerschapsgelden, doorbelastingen (onder meer SPUK’s) en deze egalisatiereserve. Er blijft een financieel nadeel, maar dit wordt deels beperkt door extra specifieke uitkeringen (zie programmaonderdeel 8.2).
Voor ‘Ambtelijk vakmanschap’ en het ‘Jong Professional Programma’ zijn middelen aan deze egalisatiereserve onttrokken. Deze zijn niet volledig benut en worden in 2026 alsnog ingezet (€ 0,23 mln.).
3. Monumentenzorg
De begrotingspost 'Restauratie Poldertoren' laat een overschrijding van het begrotingssaldo zien van € 0,23 mln. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door een saldo van hogere lasten (€ 0,51 mln.) en hogere baten
(€ 0,28 mln.). De hogere lasten worden veroorzaakt door de vanuit 2024 doorgeschoven en in 2025 met de subsidiabele restauratiewerkzaamheden samenhangende kosten. Voor een bedrag van € 0,28 mln. wordt de lastenoverschrijding gedekt door de in 2024 van het Rijk ontvangen doeluitkering. Het resterend verschil op deze begrotingspost van € 0,23 mln. is onttrokken aan de bestemmingsreserve 'Monumentenzorg' (zie programmaonderdeel 4.2).
4. Brede Bestemmingsreserve
De lagere onttrekking wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:
- Flevoland bouwt aan Nederland : Het voordelig saldo komt vooral door herschikkingen en fasering in de uitvoering. De grootste afwijking zit bij de woningbouwopgave. Voor deze opgave is in 2025 in totaal € 0,75 mln. beschikbaar gesteld voor de periode 2025–2028. In de begroting staat het volledige bedrag in 2025, terwijl de uitvoering over meerdere jaren loopt. In 2025 wordt € 0,125 mln. gerealiseerd. Het resterende bedrag van € 0,625 mln. blijft beschikbaar in deze bestemmingsreserve met oormerk ‘Aanjaagteams innovatieve woningbouw’ (zie programmaonderdeel 1.1) .
- Nationaal Park Nieuw Land / Project Poort Lelystad : De afwijking komt door de vertraging van het project ‘Poort Oostvaardersplassen Lelystad’. In 2025 is een nieuw projectplan met aangepaste begroting en planning vastgesteld. Hierdoor veranderde het kas- en verantwoordingsritme en is een administratieve correctie uitgevoerd. Dit zorgt voor een positief verschil van circa € 2,0 mln. De middelen blijven beschikbaar in deze reserve en worden naar verwachting tussen 2026 en 2028 volledig besteed (zie programmaonderdeel 2.2).
- Samenwerkingsovereenkomst gebiedsproces bodemdaling : Het voordelig saldo ontstaat doordat de samenwerkingsovereenkomst voor het gebiedsproces bodemdaling pas eind september 2025 is ondertekend. De subsidie voor onderzoekspilots wordt daarom pas begin 2026 verstrekt. Voor de provinciale bijdrage is € 2,0 mln. gereserveerd in deze bestemmingsreserve, met oormerk ‘Bodemdaling’ (zie programmaonderdeel 2.3).
5. Zuiderzeelijngelden
De middelen voor de realisatie van ‘ontsluitingsweg Port of Urk’ en ‘Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland' zijn in 2025 volledig benut en derhalve was de realisatie € 0,3 mln. hoger dan de begroting. De resterende middelen blijven beschikbaar binnen deze reserve (zie programmaonderdeel 3.2).
6. Procesgelden gebiedsontwikkeling
In 2025 zijn geen grote ontwikkelingen geweest waarvoor het budget overige procesgelden gebiedsontwikkeling moest worden ingezet. De (niet ingezette) middelen van € 0,6 mln. blijven beschikbaar binnen deze reserve (zie onder andere programmaonderdelen 2.1 en 3.2).
7. Europese programma's: landbouw (POP)
Het voordelig saldo binnen de Europese landbouwprogramma’s (POP) van afgerond € 1,0 mln. wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere provinciale lasten dan geraamd als gevolg van fasering in de uitvoering en afwikkeling van subsidieaanvragen. Een deel van de geplande uitgaven is later tot realisatie gekomen dan voorzien in de jaarschijf 2025. De uitvoering past binnen de door PS vastgestelde kaders en de afspraken met het Rijk en de Europese Unie. Het verschil wordt met name verklaard door verschuivingen in het betalings- en verantwoordingsritme binnen de lopende POP-regelingen en niet door beleidsmatige wijzigingen. De niet bestede middelen blijven beschikbaar in deze reserve (zie programmaonderdeel 2.2).
8. Bodem
Het jaar 2025 is gebruikt om de motie 'Uitvoeren pilot onderbemaling' uit 2024 verder vorm te geven binnen het gebiedsproces bodemdaling en de praktische uitvoering van de pilots voor te bereiden. Dit heeft geleid tot het vaststellen en tekenen van de 'Samenwerkingsovereenkomst gebiedsproces bodemdaling' in 2025. Omdat in 2025 nog geen praktische uitvoering heeft plaatsgehad, is er een onderbesteding. De (niet ingezette) middelen van € 0,1 mln. blijven beschikbaar binnen deze reserve (zie programmaonderdeel 2.3).
9. Cofinanciering EU-projecten 14-20
Doordat niet alle projectaanvragen toegekend zijn in 2025, is er minder besteed dan begroot. De niet bestede middelen blijven beschikbaar in deze reserve. Verder is er een aantal EU-projecten afgewikkeld waarin de provincie ook partner was en waarvoor EU-bijdrage is ontvangen. Deze baten zijn gestort in deze reserve (zie programmaonderdeel 3.1).
10. Activering vervangingsinvesteringen
De wijzigingen in deze reserve komen voort uit de kapitaallasten die voortvloeien uit de geactualiseerde activastaat, gebaseerd op de huidige bestedings- en investeringsplannen (zie ook programmaonderdeel 6.3).
11. Mobiliteit
De begrotingspost 'Instrumentatie beleid' laat een overschrijding van het begrotingssaldo zien van € 0,02 mln. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door een saldo van hogere lasten (€ 0,13 mln.) en hogere baten (€ 0,11 mln.). De lastenoverschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door de kosten van projecten die in regionaal verband binnen bestaand beleid worden uitgevoerd en waarvan zowel de additionele lasten áls baten van projectpartners niet tijdig zijn begroot. Het totaal budgettair nadeel als gevolg van de overschrijding binnen de begrotingspost 'Instrumentatie beleid' is onttrokken aan deze bestemmingsreserve (zie programmaonderdeel 6.2) .
12. Beheer en ontwikkeling natuur
De begrotingspost 'Faunafonds' onderschrijdt het begrotingssaldo met een bedrag van € 0,12 mln. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat meer kostenposten in aanmerking bleken te komen voor BTW-compensatie uit hoofde van onze deelname aan het IPO en BIJ12 (zie programmaonderdeel 2.2). De niet bestede middelen blijven beschikbaar in deze bestemmingsreserve.
13. Doorgeschoven activiteiten
De hogere onttrekking wordt veroorzaakt door de inzet van niet bestede middelen (€ 0,29 mln.) vanuit de resultaatbestemming bij de Jaarstukken 2023 (zie ook bijlage 1 van deze jaarstukken).
14. Economisch programma
De lagere onttrekking van € 0,7 mln. wordt veroorzaakt door een aantal onderbestedingen op de budgetten voor de uitvoering van het 'Economisch Programma'. Deze middelen blijven beschikbaar binnen deze reserve voor uitvoering in latere jaren (zie programmaonderdeel 3.1).
15. Duurzame energie
Op 18 juni 2024 hebben GS de' Nadere regels oplossingen netcongestie voor bedrijven en de gebouwde omgeving 2024 – 2030' voor provincie Flevoland vastgesteld, evenals de (deel)subsidieplafonds.
Het volledige subsidieplafond is in 2025 op de begroting gezet. Echter, door een lager aantal subsidieaanvragen is er sprake van onderbesteding op dit budget (zie programmaonderdeel 5.1). De niet-bestede middelen blijven beschikbaar in de 'Brede Bestemmingsreserve' en deze reserve gedurende de looptijd van deze subsidieregeling (tot en met 31 december 2029).
16. Regiodeal Noordelijk Flevoland
De middelen voor de realisatie van ‘Toekomstbestendig Maritiem Cluster Urk’ zijn in 2025 niet volledig benut. Dit programma heeft een looptijd die doorloopt tot ná 31 december 2025. De bijdragen (lasten) van de gemeenten aan dit programma wordt op basis van de realisatie verantwoord (zie programmaonderdeel 3.2). De resterende middelen van € 0,2 mln. blijven beschikbaar binnen deze reserve.
17. Fonds Culturele ontwikkeling
De onder 'Overige kleine verschillen' in programmaonderdeel 4.2 gepresenteerde begrotingsonderschrijding van € 0,24 mln. bestaat uit een verzameling van verschillende kleine(ere) begrotingsafwijkingen. Dit budgettair voordeel komt deels ten gunste van het rekeningsaldo en deels ten gunste van deze reserve. De (niet ingezette) middelen van € 0,2 mln. blijven beschikbaar binnen deze reserve (zie programmaonderdeel 4.2).
18. Krachtige samenleving
De begrotingspost 'Programma Krachtige samenleving' laat een overschrijding zien van € 0,27 mln. Dit wordt veroorzaakt doordat de kosten van projecten in regionaal verband binnen bestaand beleid zijn uitgevoerd, maar de lasten niet tijdig zijn begroot. Het budgettair nadeel als gevolg van de overschrijding binnen deze begrotingspost is alsnog onttrokken aan deze bestemmingsreserve (zie programmaonderdeel 5.3).
19. Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2025 - 2028
Het nadelig saldo van € 2,1 mln. binnen dit programmaonderdeel wordt veroorzaakt door een afwijking in het kas- en verantwoordingsritme van subsidiestromen en uitvoeringskosten. In 2025 zijn hogere uitgaven verantwoord dan in de betreffende jaarschijf was geraamd, mede als gevolg van de afwikkeling van verplichtingen en de voortgang binnen lopende GLB-regelingen. De uitgaven passen binnen de door PS vastgestelde kaders en de afspraken met het Rijk en de Europese Unie. De lasten worden gedekt binnen de beschikbare programmamiddelen en cofinancieringsstructuur. Er is geen sprake van een beleidsmatige overschrijding, maar van een verschuiving in het uitvoerings- en betalingsritme (zie programmaonderdeel 2.2).
20. Uitvoering coalitieakkoord
Het verschil wordt veroorzaakt doordat (nog) lagere onttrekkingen hebben plaatsgevonden voor innovatieve woningbouw (€ 0,2 mln. minder onttrokken) en de woningbouwopgave (€ 0,1 mln. minder onttrokken).
21. Frictiekosten Batavialand
Het verschil wordt veroorzaakt door een begrote negatieve storting van € 0,2 mln. In overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsvoorschriften (BBV) dient deze negatieve storting verwerkt als een onttrekking (zie ook de toelichting bij storting in deze reserve). Per saldo heeft dit derhalve geen effect. Voor de gebiedsontwikkeling Batavialand zijn frictiekosten gemaakt die verband houden met het gereed maken van het terrein en bezoekersaantallen. In 2025 is hier € 0,23 mln. aan besteed.
