1.2 Analyse resultaat
In het jaarverslag is bij de programmaonderdelen een verschillenanalyse opgenomen met daarin een toelichting op de afwijkingen (> € 0,1 mln.) ten opzichte van de begroting na wijziging. Alle afwijkingen tezamen vormen het resultaat na bestemming van de jaarrekening 2025 en bedraagt totaal afgerond € 4,8 mln. In onderstaande tabel zijn de verschillen per programmaonderdeel opgenomen.
Tabel 1.2: Verschillen per programmaonderdeel
Programmaonderdeel | Verschil | Waarvan | effect op |
|---|---|---|---|
Reserves | Rekening- | ||
1.1 Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en landschap | 1.419 | 841 | 578 |
2.1 Landbouw & Visserij | 229 | 227 | 2 |
2.2 Natuur | 4.679 | 3.150 | 1.529 |
2.3 Water | 1.080 | 779 | 302 |
3.1 Economische ontwikkeling | 1.809 | 1.771 | 38 |
3.2 Gebiedsopgaven | 1.515 | 1.773 | -258 |
4.1 Recreatie, toerisme en sport | 60 | 0 | 60 |
4.2 Cultuur en erfgoed | 747 | -19 | 767 |
4.3 Vitale samenleving | 26 | -88 | 114 |
5.1 Regionale energiestrategie | 777 | 150 | 626 |
5.2 Milieu | 349 | 215 | 134 |
5.3 Klimaatakkoord | 48 | 43 | 5 |
6.1 Openbaar vervoer | 346 | 346 | 0 |
6.2 Ontwikkeling en innovatie mobiliteit | 234 | 234 | 0 |
6.3 Infrastructuur | 454 | 1.122 | -668 |
7.1 Bestuur | -34 | 75 | -109 |
7.2 Provinciale Staten | 157 | 0 | 157 |
8.1 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien | 4.129 | 0 | 4.129 |
8.2 Bedrijfsvoering | 1.784 | 1.774 | 10 |
8.3 Overhead en vennootschapsbelasting | -5.679 | -3.204 | -2.475 |
9.1 Reserves | 0 | 114 | -114 |
Eindsaldo | 14.129 | 9.303 | 4.825 |
Toelichting op verschillen
De belangrijkste oorzaken (effect op rekeningsaldo > € 0,25 mln.) worden hieronder kort toegelicht. Voor een toelichting op de overige verschillen wordt verwezen naar de desbetreffende programmaonderdelen.
1.1 Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en landschap: voordelig saldo € 0,6 mln.
Dit voordelig saldo wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:
- Onderzoek, Data en Geo-informatie (€ 0,2 mln.) : De onderbesteding komt door drie factoren. Het werkgelegenheidsonderzoek loopt sinds 2025 via BIJ12/IPO en is daardoor op een ander budget verantwoord (€ 0,07 mln.). Het bedrag voor de inwonerspeiling was gebaseerd op één jaar terwijl het traject drie jaar omvat (€ 0,09 mln.). Daarnaast zijn enkele activiteiten doorgeschoven naar 2026 of niet uitgevoerd door veranderde prioriteiten en personele of technische knelpunten;
- Almere 2.0 (€ 0,1 mln.) : Het voordelig saldo van € 0,105 mln. komt door lagere proceskosten door minder externe ondersteuning en onderzoek. De voortgang van het programma is hierdoor niet beïnvloed. Vanaf begroting 2026 is het budget verlaagd.
- Lelystad Next Level (€ 0,1 mln.): Het voordelig saldo ontstaat doordat minder LNL-procesmiddelen zijn ingezet dan geraamd. In 2025 is slechts één gezamenlijke opdracht met gemeente Lelystad gefinancierd. Voor andere ingehuurde ondersteuning had gemeente Lelystad voldoende eigen budget.
2.2 Natuur en landelijk gebied: voordelig saldo € 1,5 mln.
Dit voordelig saldo wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:
- Flevoland Natuurinclusief ontwikkeling (€ 0,5 mln.): Dit wordt vooral veroorzaakt door een ontvangen decentralisatie-uitkering van het Rijk voor de vroege bestrijding van invasieve exoten met als doel bescherming van de biodiversiteit. Daarnaast zijn subsidies (' Uitvoeringsprogramma Invasieve Exoten Flevoland '), hebben ter bestrijding van invasieve exoten lagere bestedingen plaatsgevonden en zijn de kosten voor de aanpak van problematische soorten lager uitgevallen dan geraamd. De niet bestede middelen van € 0,5 mln. maken deel uit van het rekeningsaldo.
- IPO Natuur (€ 0,3 mln.): De vereniging IPO verrekent jaarlijks het financiële resultaat met de deelnemende provincies. Over 2025 viel de te compenseren BTW hoger uit dan geraamd, doordat binnen diverse gezamenlijke trajecten meer kostenposten voor compensatie in aanmerking kwamen. Dit leidt tot lagere lasten voor Flevoland. Het grootste deel van dit voordeel is toegerekend aan het taakveld 'Natuur'. De niet bestede middelen maken deel uit van het rekeningsaldo.
- Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2025–2028 (€ 0,5 mln.) : Het nadelige saldo ontstaat door een verschuiving in het kas- en verantwoordingsritme van subsidies en uitvoeringskosten. In 2025 zijn meer uitgaven verantwoord, vooral door de afwikkeling van verplichtingen binnen lopende GLB regelingen. Deze uitgaven blijven binnen de afgesproken kaders en afspraken met het Rijk en de EU. Er is geen sprake van een beleidsmatige overschrijding.
- Europese programma’s: landbouw (POP) (€ 0,2 mln.) : Het voordelig saldo komt door lagere provinciale lasten dan geraamd. Dit komt door fasering in de uitvoering en latere realisatie van subsidieaanvragen dan gepland in 2025. De uitvoering blijft binnen de kaders en afspraken met het Rijk en de EU. Het verschil wordt verklaard door verschuivingen in betaling en verantwoording binnen de POP-regelingen.
2.3 Water: voordelig saldo € 0,3 mln.
De onderbesteding op grondwater en waterbeleid ontstaat doordat in 2025 verplichtingen zijn aangegaan, waarvan de bijbehorende uitgaven pas in 2026 worden gedaan. Het gaat om opdrachten voor het natuurmeetnet, Historische data naar BRO (fase 2), onderzoek naar de kwetsbaarheid van Flevolandse natuur voor klimaatverandering, Bodemdaling (fase 2) en scenario’s voor de toekomstige drinkwatervoorziening in Noord-Flevoland. De middelen blijven deels beschikbaar in de ‘Brede Bestemmingsreserve’ (oormerk ‘Waterprogramma’).
3.2 Gebiedsprogramma's: nadelig saldo € 0,3 mln.
De lasten van Flevokust Haven zijn € 0,3 mln. hoger door de (boekhoudkundige) verwerking van kapitaallasten. De marktwaarde daalde licht ten opzichte van 2024, waardoor in 2025 meer is afgeschreven dan begroot.
4.2 Cultuur en erfgoed: voordelig saldo € 0,8 mln.
Dit voordelig saldo wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:
- Regionale culturele infrastructuur (€ 0,3 mln.).: De toekenning van de decentralisatie-uitkering 'Verbreding en vernieuwing' werd pas in de meicirculaire 2025 van het provinciefonds definitief. Daardoor was 2025 te kort tijd om de middelen in te zetten, zoals gedaan werd in de beleidsperiode 2021 tot en met 2024. Voor 2026 tot en met 2028 is inmiddels een plan opgesteld. Voorgesteld wordt de resterende middelen door te schuiven naar 2027 en 2028 zodat deze kunnen worden ingezet voor de regionale culturele infrastructuur.
- Kwaliteitsborging erfgoed in regio (€ 0,1 mln.) : Het budget is niet volledig benut omdat het Steunpunt Archeologie en Monumenten Flevoland nog niet in de uitvoeringsfase zit. De betrokken partijen werken nog aan de afspraken. Het voordeel komt ten gunste van het rekeningsaldo.
- Bibliotheek netwerk Flevoland (€ 0,1 mln.): De onderbesteding op deze post wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de verstrekte projectsubsidies zijn doorgeschoven naar 2026. De subsidielasten moeten worden verantwoord in het jaar waarin de subsidieontvanger de activiteiten uitvoert waarvoor de subsidie is verstrekt en (gedeeltelijk) aan de gestelde subsidievoorwaarden is voldaan.
5.1 Regionale energiestrategie: voordelig saldo € 0,6 mln.
Dit voordelig saldo wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:
- Programma Energietransitie (€ 0,3 mln. voordelig): Het voordelig saldo ontstaat omdat een deel van de opdrachten doorloopt naar 2026. Factoren zoals openstaande vacatures en netcongestie zorgden ervoor dat opdrachten in 2025 niet zijn afgerond.
- Natuur bij energieprojecten (€ 0,3 mln. voordelig): In 2025 is via het provinciefonds opnieuw € 0,3 mln. per RES-regio beschikbaar gesteld. Provincie Flevoland voert dit uit als penvoerder. In 2025 is gestart met het opstellen van nadere regels voor het vergroten van biodiversiteit bij energieprojecten. Vaststelling volgt medio 2026.
6.3 Infrastructuur: nadelig saldo € 0,7 mln.
De gladheidsbestrijding heeft een overschrijding van € 0,34 mln. In 2025 is er een nieuwe Europese aanbesteding geweest met betrekking tot het raamcontract Micropercelen (t.b.v. inzet strooimaterieel). De prijzen in het nieuwe raamcontract zijn hoger dan het oude raamcontract van 6 jaar geleden. Verder is in 2025 vaker gestrooid dan in de jaren daarvoor. Provincie Flevoland strooit ook voor derden (gemeenten en collega provincies). De kosten hiervoor worden doorberekend. In het budget staat hier geen bedrag voor begroot, omdat niet goed te voorspellen is hoeveel strooibeurten er zullen worden verricht. Per saldo (lasten -/- baten) bedraagt de overschrijding nagenoeg € 0,25 mln.
8.1 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien: voordelig saldo € 4,1 mln.
- Opbrengsten MRB (€ 1,6 mln.): De opbrengst opcenten MRB is € 0,3 mln. hoger dan begroot. Dat is een afwijking van 0,7% en komt door normale schommelingen in aantal voertuigen en gewicht. De Belastingdienst heeft in 2023 en 2024 onjuiste bedragen uitgekeerd aan de provincies. De fout over 2023 was beperkt en wordt niet hersteld. De fout over 2024 bedraagt € 0,9 mln. en is in 2025 verrekend. Per saldo ontstaat daardoor een nadeel van € 0,6 mln. op de lasten. In de begroting 2025 was een afwikkelingsverschil van € 2,26 mln. aan lasten opgenomen. Van dit bedrag heeft € 0,9 mln. betrekking op de fout over 2024. Het resterende bedrag van € 1,36 mln. betreft 2025. Dat heeft de Belastingdienst al in 2025 verrekend. Daardoor hebben wij dit in de opbrengst gecorrigeerd en is dit geen afwikkelingsverschil meer.
- Decentralisatie-uitkeringen (€ 2,2 mln.): In de decembercirculaire 2025 zijn acht nieuwe decentralisatie-uitkeringen voor de provincie opgenomen. Daarnaast zijn drie bestaande uitkeringen verhoogd. Het totale voordeel bedraagt € 2,2 mln. Deze middelen waren niet begroot, maar moeten wel als opbrengst worden verantwoord in de jaarrekening.
8.2 Bedrijfsvoering: voordelig saldo € nihil
Het rekeningsaldo wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:
- Voorziening HR (-/- € 0,1 mln.): Jaarlijks worden, bij de opmaak van de jaarrekening, bedragen toegevoegd in danwel aangewend aan de voorziening ‘Spaarverlof’ en voorziening ‘Vitaliteitsverlof’.
- Capaciteitsbeheer (-/-€ 3,2 mln.): Door het gebruik van het ‘Jaarprogramma‘ is bepaald welke formatie en inhuur nodig is om de werkzaamheden uit te voeren. Voor een goede bedrijfsvoering is in specifieke situaties tijdelijk ingehuurd. Deze kosten zijn deels gedekt uit ziekte- en zwangerschapsgelden, doorbelastingen naar onder andere SPUK’s en voorzieningen. Per saldo is het effect negatief, maar dit wordt deels gedempt door het hogere aantal specifieke uitkeringen die ook capaciteitskosten dekken.
- Vergoedingen (-/- € 0,1 mln.) : Door de hogere bezetting (door het 'Jaarprogramma') zijn ook de daarbij behorende vergoedingen voor reis- en verblijf en woon-werkverkeer hoger dan geraamd (€ 0,14 mln.).
- Adviezen en Media (€ 0,1 mln.): In 2025 waren weinig externe financiële en fiscale adviezen nodig. De interne capaciteit was voldoende. Dit zorgde voor een onderbesteding van € 0,04 mln.
De geplande vernieuwing van de website en het intranet is uitgesteld door andere prioriteiten. Hierdoor is € 0,07 mln. niet ingezet. De uitvoering volgt in 2026. - Traffic management (€ 0,2 mln.): De vraag naar repro-, drukwerk- en postservices neemt af door verdere digitalisering. Daarnaast voert de organisatie meer vormgeving en contentcreatie intern uit. Dit verhoogt de personele lasten, maar verlaagt de externe kosten. In 2025 is € 0,2 mln. minder extern besteed. Dit is het tweede jaar waarin meer werk inhouse wordt gedaan. De structurele besparing wordt in de volgende begroting verwerkt.
- Facilitaire lasten (€ 0,3 mln.): Er is minder uitgegeven aan onderhoud, gebouw- en werkplekaanpassingen (€ 0,09 mln.) door voorbereidend werk en uitstel in verband met de verbouwing van het provinciehuis.
Daarnaast zijn de kosten voor exploitatie van vestigingen lager (€ 0,05 mln.) door minder catering en efficiëntie. Ook de kosten voor gas, water en elektriciteit vallen lager uit (€ 0,08 mln.) door gunstigere tarieven. De totale onderbesteding bedraagt circa € 0,3 mln., ongeveer 4,5% van de facilitaire begroting (€ 6,4 mln.). - Doorbelasting overhead (€ 2,5 mln.) : Dit betreft de doorbelasting van de lasten samenhangend met de overhead naar programmaonderdeel 8.3.
Voor een nadere toelichting op de bedrijfsvoeringsactiviteiten wordt eveneens verwezen naar onderdeel II Programmaverantwoording, paragraaf 5.3 Bedrijfsvoering.
8.3 Overhead: nadelig saldo € 2,5 mln .
In deze jaarstukken zijn de lasten van overhead afzonderlijk weergegeven, om te voldoen aan de voorschriften. Deze weergave leidt niet tot financiële effecten, omdat het om een verschuiving gaat van een deel van de kosten voor 'bedrijfsvoering' (programmaonderdeel 8.2) naar het onderdeel 'overhead' (programmaonderdeel 8.3) .
