Middelen
8.1 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien | Rekening 2024 | Begroting 2025 ontwerp | Begroting 2025 na wijziging | Rekening 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 5 | 6.524 | 3.196 | 6 | 3.190 |
Baten | -253.327 | -217.296 | -248.904 | -249.843 | 940 |
Saldo | -253.322 | -210.772 | -245.708 | -249.838 | 4.129 |
x € 1.000 | |||||
Waardoor wijkt het af | Verschil | Waarvan effect op: | |
|---|---|---|---|
Lasten | Reserve | Rekening- saldo | |
1. Motorrijtuigenbelasting | 2.255 | 0 | 2.255 |
2. Afwikkelingsverschillen | 902 | 0 | 902 |
Overige kleine verschillen | 33 | 0 | 33 |
Totaal lasten | 3.190 | 0 | 3.190 |
Baten | |||
1. Motorrijtuigenbelasting | -651 | 0 | -651 |
2. Afwikkelingsverschillen | -902 | 0 | -902 |
3. Provinciefondsuitkering | 83 | 0 | 83 |
4. Rentebaten | 237 | 0 | 237 |
5. Decentralisatie-uitkeringen | 2.180 | 0 | 2.180 |
Overige kleine verschillen | -7 | 0 | -7 |
Totaal baten | 940 | 0 | 940 |
x € 1.000, - = nadeel | |||
Toelichting
1. Motorrijtuigenbelasting
De opbrengst uit de opcenten Motorrijtuigenbelasting is € 0,3 mln. hoger dan begroot. Dat is een afwijking van 0,7% door de gebruikelijke variatie van het aantal voertuigen en het gewicht daarvan.
In 2023 en 2024 heeft de Belastingdienst verkeerde bedragen uitgekeerd aan de provincies. De verdeling van de opcenten motorrijtuigenbelasting was onjuist. De omvang van de fout in 2023 was dusdanig klein dat daar geen herstel op komt. De omvang in 2024 is echter € 0,9 mln. en door de Belastingdienst verrekend met de uitbetalingen van 2025. Het saldo van de lasten is daardoor € 0,6 mln. nadelig (lagere baten dan begroot).
Daarnaast hadden we in de Programmabegroting 2025 een afwikkelingsverschil opgenomen van € 2,26 mln. op de lasten. Het eerder genoemde bedrag van € 0,9 mln. betreft het daadwerkelijke afwikkelingsverschil van de fout van de Belastingdienst in 2024. Het resterende verschil van € 1,36 mln. is de fout over 2025. Dat heeft de Belastingdienst in 2025 echter al verrekend en daardoor konden wij dat in de opbrengst zelf corrigeren. Daarom is dat geen afwikkelingsverschil meer.
2. Afwikkelingsverschillen
Dit betreft een afwikkelingsverschil inzake de MRB effecten op de algemene uitkering. Dit verschil was begroot als last, echter in overeenstemming met de van toepassing zijnde verslaggevingsvereisten (BBV) dient dit te worden verwerkt als een negatieve bate. Per saldo heeft dit verschil geen (resultaat-)effect.
3. Provinciefondsuitkering
De raming in het financieel kader was gebaseerd op de septembercirculaire provinciefonds 2025. De omvang van de opbrengsten is toegenomen, wat blijkt uit de decembercirculaire 2025. Deze circulaire kan vanwege de publicatiedatum niet meer als begrotingswijziging worden voorgelegd. Het verschil komt door de toename van het provinciefonds zelf. Daar hebben wij als provincie geen invloed op.
4. Ontvangen (rente)vergoeding schatkistbankieren
In boekjaar 2025 zijn er veel voorschotten van bijvoorbeeld specifieke uitkeringen ontvangen, hetgeen heeft geleid tot een relatief gemiddeld hoge stand van de liquide middelen. Vanuit de regeling schatkistbankieren decentrale overheden wordt er over het rekening-courant saldo een daggeldrente vergoed. Door een stabiele hoge rentestand gecombineerd met een hoog batig saldo zijn de renteopbrengsten € 0,2 mln. hoger dan geraamd.
5. Decentralisatie-uitkeringen
In de decembercirculaire 2025 zijn acht nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen voor de provincie en drie uitkeringen zijn in omvang toegenomen. Het totale voordeel daarvan is € 2,2 mln. Dit zijn nieuwe financiële middelen die niet waren voorzien, maar wel als opbrengst verantwoord moeten worden in de jaarrekening.
