Middelen
8.2 Bedrijfsvoering | Rekening 2024 | Begroting 2025 ontwerp | Begroting 2025 na wijziging | Rekening 2025 | Verschil |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 30.541 | 31.277 | 36.653 | 81.086 | -44.433 |
Baten | 0 | -472 | -1.077 | -4.028 | 2.952 |
Saldo | 30.541 | 30.805 | 35.577 | 77.058 | -41.481 |
x € 1.000 | |||||
Waardoor wijkt het af | Verschil | Waarvan effect op: | |
|---|---|---|---|
Lasten | Reserve | Rekening- saldo | |
1. Voorziening HR | -117 | 0 | -117 |
2. Capaciteitsbeheer | -5.521 | -3.204 | -2.317 |
3. Vergoedingen | -140 | 0 | -140 |
4. Leren en ontwikkelen | 574 | 490 | 84 |
5. Adviezen en media | 111 | 0 | 111 |
6. Wet open overheid | 359 | 359 | 0 |
7. Traffic management | 211 | 0 | 211 |
8. Facilitaire lasten | 318 | 0 | 318 |
9. Exploitatielasten automatisering en IV portfolio | 886 | 886 | 0 |
10. Doorbelasting overhead | 5.873 | 3.204 | 2.669 |
Overige kleine verschillen | 307 | 313 | -6 |
Totaal lasten | 2.861 | 2.048 | 813 |
Baten | |||
2. Capaciteitsbeheer | -1.117 | -294 | -823 |
10. Doorbelasting overhead | -145 | 0 | -145 |
11. Overige kleine verschillen | 185 | 20 | 165 |
Totaal baten | -1.077 | -274 | -803 |
x € 1.000, - = nadeel | |||
Toelichting
1. Voorzieningen HR
Jaarlijks worden, bij de opmaak van de jaarrekening, bedragen toegevoegd in danwel aangewend aan de voorzieningen binnen HR (voorziening 'Spaarverlof’ en voorziening 'Vitaliteitsverlof’). De mutaties binnen deze voorzieningen worden veroorzaakt door drie componenten: kopen van verlof, opnemen van verlof en het jaarlijks verrekenen van het eindsaldo verlof met het dan geldend uurtarief van de betreffende medewerkers. Voor 2026 geldt dat er voor de voorziening 'Spaarverlof' middelen worden toegevoegd aan de voorziening en voor de voorziening 'Vitaliteitsverlof' middelen worden onttrokken aan de voorziening.
2. Capaciteitsbeheer
Door het gebruik van het 'Jaarprogramma' is gekeken welke bezetting en inhuur nodig is om de daarbij behorende taken te vervullen. De lasten voor capaciteitsbeheer laten per saldo een verschil van € 2,4 mln. zien. Om een goede bedrijfsvoering te waarborgen is er in specifieke situaties gekozen tot het (tijdelijk) inhuren van medewerkers. De salariskosten (inclusief IKB) vallen € 0,7 mln. hoger uit dan begroot. Tegelijkertijd is er een lagere bijdrage aan salariskosten voor Infra VAT van in totaal € 0,7 mln. De (hogere) lasten voor capaciteitsbeheer worden deels gedekt uit de ziekte- en zwangerschapsgelden, doorbelastingen naar onder andere SPUK's (totaal circa € 0,7 mln.) en voorzieningen. Per saldo is het financiële effect negatief. Een stijging van het aantal specifieke uitkeringen, die ook (deels) zijn bedoeld voor de dekking van de lasten voor capaciteitsbeheer, dempt het negatieve effect.
3. Vergoedingen
Door de hogere bezetting (door het 'Jaarprogramma') zijn ook de daarbij behorende vergoedingen voor reis- en verblijf en woon-werkverkeer hoger dan geraamd (€ 0,14 mln.).
4. Leren en ontwikkelen
Voor de budgetten 'Ambtelijk vakmanschap' en 'Jong Professional Programma' zijn, op begrotingsbasis middelen onttrokken aan de egalisatiereserve 'Personeel'. Deze middelen zijn niet volledig benut en zullen in 2026 benut worden (€ 0,23 mln.).
Daarnaast zijn restanten van de reguliere opleidingsbudgetten niet volledig benut. Via de 'Nota Beter ramen' is met PS afgesproken dat deze middelen gestort mogen worden in de egalisatiereserve 'Personeel' (€ 0,26 mln.).
5. Adviezen en Media
In het boekjaar 2025 waren er relatief weinig financiële adviezen en fiscale vraagstukken waarvoor externe expertise noodzakelijk was. De beschikbare interne kennis en capaciteit bleken toereikend om deze onderwerpen zelfstandig af te handelen. Dit heeft op dit budgetonderdeel geleid tot een onderbesteding van € 0,04 mln. Daarnaast is jaarlijks budget gereserveerd voor de doorontwikkeling van de website en het intranet. Voor 2025 was voorzien om beide platformen te vernieuwen. Door andere prioriteiten en de noodzaak om de beperkte communicatiemedewerkers duurzaam op andere aandachtsgebieden in te zetten, is deze vernieuwing nog niet gerealiseerd en zijn er minder middelen ingezet (€ 0,07 mln.). De verwachting is dat deze werkzaamheden in 2026 worden uitgevoerd.
6. Wet open overheid
Door landelijke vertraging in de ontwikkeling van de centrale digitale infrastructuur voor de Wet open overheid (Woo) konden de geplande werkzaamheden voor actieve openbaarmaking slechts in beperkte mate worden uitgevoerd. Deze infrastructuur is noodzakelijk voor provincies om documenten actief openbaar te maken.
De vertraging heeft tot gevolg dat de planning van de volgende Woo-tranches, met name tranche 2, opnieuw moet worden aangepast. Op dit moment heeft dit nog geen consequenties voor het voldoen aan de wettelijke eisen voor openbaarmaking. We onderzoeken alternatieve mogelijkheden om de afhankelijkheid van de landelijke voorziening te verminderen zodat de verdere fasering van openbaarmaking van categorieën conform planning kan worden gecontinueerd.
Door de landelijke vertraging schuift ook de uitvoering van de bijbehorende werkzaamheden voor provincie Flevoland door naar een later moment. In 2025 zijn daardoor minder uitgaven gedaan voor techniek, aansluiting op de centrale voorziening en projectcapaciteit. Dit leidt tot een onderbesteding van circa € 0,4 mln., die wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve 'Wet open overheid' .
7. Traffic management
Onder traffic management vallen verschillende productonderdelen waaronder diensten als de repro, drukwerk en de postkamer. In een steeds meer digitale werkomgeving zien we een terugname van uitnutting van dit soort type services en een verschuiving naar digitale uitwisseling. Daarnaast is er een beweging ingezet om (visuele) vormgeving en contentcreatie door eigen medewerkers uit te laten voeren. Dit leidt tot een hogere personele last, maar zorgt ervoor dat opgedane kennis en kunde blijft behouden en de huisstijl en vormgeving structureel (nog) beter kan worden gewaarborgd. Deze ontwikkelingen hebben in het boekjaar 2025 geleid tot een lagere externe besteding van € 0,2 mln. Het betreft het tweede jaar waarin werkzaamheden (meer) inhouse worden uitgevoerd. Het voornemen is om deze gerealiseerde besparing in de volgende begroting financieel te verwerken .
8. Facilitaire diensten
Binnen de overige posten van de facilitaire begroting is op meerdere onderdelen sprake van een lagere besteding dan geraamd. Het betreft onder andere de kosten voor onderhoud aan gebouw en installaties en voor gebouw- en werkplekaanpassingen (totaal € 0,09 mln.). Deze onderbesteding wordt verklaard door voorbereidende werkzaamheden en daarmee samenhangend uitstel van geplande activiteiten in verband met de verbouwing van het provinciehuis. Daarnaast zijn de onderhouds- en exploitatielasten voor de vestigingen lager dan geraamd (€ 0,05 mln.), veroorzaakt door minder catering en efficiëntievoordelen. Ook is sprake van een onderbesteding op de posten gas, water en elektriciteit voor het provinciehuis (€ 0,08 mln.), veroorzaakt door lagere tarieven dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. In totaal gaat het om circa € 0,3 mln. aan lagere bestedingen. Dit komt neer op ongeveer 4,5% van de totale facilitaire begroting (€ 6,4 mln.).
9. Exploitatielasten automatisering en IV-portfolio
In boekjaar 2025 is verder gewerkt aan het uitvoeringsplan 'Digitale Weerbaarheid' en aan de implementatie van het 'Informatiebeveiligingsbeleid 2024–2028'. In dit kader zijn de benodigde licenties herbeoordeeld en zijn optimalisaties doorgevoerd om efficiëntievoordelen te realiseren. De operationele lasten (vaste licenties en doorontwikkeling binnen de exploitatie) bedragen € 6,2 mln. en zijn hierdoor ondanks indexaties ongeveer vergelijkbaar met boekjaar 2024 (€ 6,2 mln.). In het huidige boekjaar is sprake van een onderbesteding ten opzichte van de begroting. Dit komt voornamelijk doordat enkele projecten waarvoor aanvullende middelen zijn gevraagd, nog niet (volledig) zijn gerealiseerd, zoals de sjabloongenerator en de verdere doorontwikkeling van AI-toepassingen. De onderbesteding bedraagt € 0,9 mln. en is gestort in de egalisatiereserve 'Informatievoorziening'. In boekjaar 2025 is tevens € 0,35 mln. onttrokken aan deze reserve. Per saldo resulteert dit in een netto toevoeging aan de reserve voor boekjaar 2025 van € 0,55 mln. Ondanks de huidige onderbesteding blijft de verwachting dat de middelen de komende jaren nodig zijn vanwege het snel toenemende cyberrisicoprofiel, de groeiende ketenafhankelijkheden en strengere wet- en regelgeving.
10. Doorbelasting overhead
Dit betreft de doorbelasting van de lasten samenhangend met de overhead naar programmaonderdeel 8.3. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de verschillenanalyse bij dit programmaonderdeel.
11. Overige kleine verschillen
Dit wordt veroorzaakt door diverse afwijkingen van geringere omvang (> € 0,1 mln.) in de lasten en baten. De post ‘Overige kleine verschillen’ bestaat (per saldo) uit diverse kleinere posten, waaronder ziekte- en ww-lasten ‘oud’ medewerkers van € 0,08 mln., vertrekregeling van € 0,03 mln. en werving en selectie van € 0,07 mln.
