Programmaonderdelen en doelen

Middelen Bestuur

Middelen

7.1 Bestuur

Rekening 2024

Begroting 2025 ontwerp

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Lasten

4.099

3.164

4.059

3.993

66

Baten

-412

-50

-539

-439

-100

Saldo

3.687

3.114

3.520

3.554

-34

x € 1.000

Waardoor wijkt het af

Verschil

Waarvan effect op:

Lasten

Reserve

Rekening-

saldo

1. Nationale ombudsman

112

0

112

2. Ondermijning

129

70

59

3. Monitor van Flevoland

154

0

154

4. Regie Oekraïense ontheemden

105

0

105

5. Uitvoering spreidingswet

324

0

324

  6. Bestuurlijke vernieuwing

104

0

104

  7. Voorziening 'APPA'

-1.288

0

-1.288

  8. Overige kleine verschillen

426

5

421

Totaal lasten

66

75

-9

Baten

  4. Regie Oekraïense ontheemden

-99

0

-99

Overige kleine verschillen

-1

0

-1

Totaal baten

-100

0

-100

x € 1.000, - = nadeel

Toelichting

1. Nationale ombudsman  
Uit onderzoek bij de Flevolandse gemeenten blijkt dat vijf Flevolands gemeenten bij de Nationale Ombudsman zijn aangesloten en dat Almere is aangesloten bij de Gemeenschappelijke regeling ombudsman metropool Amsterdam. Er is momenteel geen Flevolandse ombudsman. Gezien de situatie bij de gemeenten, en in het bijzonder ook de goede naam en goede bekendheid/zichtbaarheid van de Nationale Ombudsman is het voor de hand liggend om bij de Nationale Ombudsman te blijven. Er is vanuit de praktijk geen aanleiding gebleken voor het oprichten van een Flevolandse ombudsman. Dit is ook zo besloten in de PS op 11 december 2024, beslispunt 5 bij de vaststelling verordening rechtsbescherming provincie Flevoland. Het onderzoek is uitgevoerd door eigen personeel, hierdoor zijn de beschikbaar gestelde middelen (€ 0,15 mln.) grotendeels niet besteed. De begroting voor 2026 (meerjarig) is naar beneden bijgesteld naar aanleiding van het besluit om geen Flevolandse ombudsman in te stellen. 
2. Lagere lasten voor openbare orde en ondermijning  
De uitvoering van de activiteiten met betrekking tot ondermijning ligt hoofdzakelijk bij gemeenten en samenwerkingsverbanden. De aanpak van ondermijning is complex en vereist een gezamenlijke en samenhangende inzet. Daarom stond 2025 voornamelijk in het teken van voorbereiding en planvorming, waardoor er minder middelen zijn ingezet dan geraamd. Een belangrijk resultaat van deze voorbereiding is de vaststelling van de 'Uitvoeringsagenda Aanpak Ondermijning 2025–2027', waarmee de ambities uit de Flevolandse Norm versie 2.0 worden gerealiseerd. De Flevolandse Norm is een samenwerkingsverband tussen de Flevolandse gemeenten, het Waterschap Zuiderzeeland, de politie, het Openbaar Ministerie en provincie Flevoland, gericht op een gezamenlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit. 
3. Monitor van Flevoland  
In 2025 is veel (voor)werk verricht richting het ontwikkelen van ‘losse’ monitors per thema (waaronder; het ophalen van de juiste gegevens, analyse en onderzoek, bouwen en mogelijkheden tot visualiseren). Er is echter een grote wens om een meer integralere beeld inzichtelijk te maken, gezien een monitor een plek is waar thema’s en opgaven samen kunnen komen en tot (nieuwe) inzichten kunnen leiden. Hetgeen zeker van belang voor een thema als bijvoorbeeld brede welvaart. Het ontwikkelen van deze meer bredere monitor raakt vele aspecten: er is capaciteit voor nodig, software, onderzoek, analyse, bouwen etc. Na deze ontwikkelfase komt de fase dat het mogelijk is deze gegevens steeds beter met elkaar te verbinden. We hebben als organisatie het afgelopen jaar met name stappen gezet in de ontwikkeling van de systematiek en opbouw van de monitor (ontwikkelfase). Deze fase kon (deels) uit bestaande budgetten worden gedekt en daarnaast is het alloceren van de juiste capaciteit nog een aandachtspunt. Deze oorzaken hebben geleid tot een lagere besteding dan geraamd. 
4. Regie Oekraïense ontheemden
Provincie Flevoland heeft bij het ministerie van Asiel en Migratie (AenM) in het kader van de specifieke uitkering 'Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne’ een subsidie aangevraagd en beschikt gekregen. De daadwerkelijke lasten (en rijksbaten) hebben de begroting met € 0,1 mln. onderschreden, voornamelijk omdat de in de projectbegroting opgenomen stelposten niet zijn aangewend. 
5. Uitvoering Spreidingswet  
Deze middelen die via een decentralisatie-uitkering in het kader van de Spreidingswet zijn ontvangen, zijn in 2025 (nog) niet ingezet. De toekenning vond plaats via de septembercirculaire 2025, een moment in het jaar waarop de resterende periode te beperkt is om de benodigde voorbereiding, inrichting van processen en zorgvuldige opstart van activiteiten te realiseren. Een verantwoorde besteding binnen het boekjaar 2025 was daarmee niet uitvoerbaar. 
6. Het programma 'Bestuurlijke vernieuwing'  
Per 1 januari 2025 (met een overgangstermijn van 2 jaar) verplicht de Provinciewet (artikel 147) provincies tot het hebben van een participatieverordening inclusief voorwaarden voor het uitdaagrecht.  
De lagere besteding in 2025 hangt samen met de vertraging in de behandeling en besluitvorming van de participatieverordening en het beleid uitdaagrecht. Hierdoor starten uitvoerings- en implementatiestappen later dan gepland. Met de vaststelling van de participatieverordening kan vanaf 2026 volledig worden ingezet op de uitvoering. Daarnaast is in januari 2026 ook de structurele inbedding van jongerenparticipatie vastgesteld, waardoor ook hier nu uitvoering aan kan worden gegeven. 
7. Voorziening 'APPA'
Jaarlijks wordt op balansdatum de voorziening 'APPA' (pensioenen (oud) GS-leden) herijkt. Een externe pensioenuitvoerder stelt op basis van actuariële berekeningen de omvang van de toekomstige verplichtingen vast. Het verschil tussen de boekwaarde van de voorziening en de actuariële berekening is de vrijval of storting waarmee de voorziening muteert. Per 2028 zal de voorziening volledig overgaan naar het ABP en zullen zij betalingen en dergelijke overnemen. In 2025 hebben we een extra storting gedaan om aan te sluiten op de dekkingsgraad van het ABP. Voor 2025 bedraagt de storting € 1,6 mln. (geraamd € 0,3 mln.). Dit financiële gevolg wordt met name veroorzaakt door de extra storting als gevolg van de dekkingsgraad. 
8. Overige kleine verschillen  
Het restant aan verschillen is een optelling van een groot aantal kleinere verschillen. De belangrijkste hierin zijn een onderbesteding (€ 0,05 mln.) voor openbare orde en veiligheid. De mate van besteding is afhankelijk van het aantal (crisis)oefeningen en trainingen dat jaarlijks wordt uitgevoerd. Daarnaast is er een lagere besteding van € 0,05 mln. op het budget ‘IPO Bestuurlijk’, veroorzaakt door een hogere omvang van transparantie-BTW vanuit het IPO. Verder is binnen het product ‘Gedeputeerde Staten’ sprake van een onderbesteding van € 0,184 mln., voornamelijk door lagere representatiekosten (€ 0,05 mln.) en een lagere fiscale compensatie voor de bijtelling van de dienstauto en de uitkering aan voormalige GS-leden (€ 0,07 mln.). 

Deze pagina is gebouwd op 05/12/2026 16:08:10 met de export van 05/12/2026 16:03:33